Op de afbeelding zie je een snoer met lichtjes dat volledig in de knoop zit. De draad is verward, de lampjes lopen door elkaar heen en het lijkt bijna onmogelijk om het geheel nog netjes op te hangen.  Toch zie je ook iets anders: verschillende kleuren lichtjes. Ieder lampje brandt op zijn eigen manier.   “Voor mij is dit een krachtig beeld dat mijn werk als jeugdbeschermer symboliseert” – Judith.

De warboel achter de voordeur

In een gezin waar zorgen zijn, lijkt het soms precies op zo’n verstrengeld snoer. Er is vaak niet één probleem, maar een wirwar van thema’s die door elkaar heen lopen: financiën, schoolverzuim, opvoedvragen, huishoudelijke chaos of spanning tussen ouders en kinderen.  Alles hangt met elkaar samen.  De verschillende kleuren lampjes staan voor al die domeinen.

“Als jeugdbeschermer stap ik zo’n situatie binnen. Mijn rol is niet om het snoer over te nemen, maar om samen met het gezin de knopen te ontwarren. Structuur aan te brengen en te ordenen.  Zorgen dat het snoer weer recht kan hangen, zodat er overzicht en rust ontstaat. Waardoor de kinderen veilig kunnen opgroeien bij hun ouders of als dat tijdelijk niet kan, op een andere passende plek.”

Overzicht brengen als grondhouding

Het ordenen begint bij mijn eigen grondhouding, zegt Judith. Transparantie en betrouwbaarheid zijn daarin essentieel. “Ik vind het belangrijk dat ik doe wat ik zeg en zeg wat ik doe. Ouders moeten niet voor verrassingen komen te staan over mijn rol of over de stappen die we zetten.

Wanneer er tien problemen op tafel liggen, kunnen we niet alles tegelijk aanpakken. Dat zou het snoer alleen maar verder in de knoop trekken. Daarom maak ik samen met ouders een duidelijk overzicht: wat speelt er allemaal? En waar beginnen we?  Samen kiezen we het eerste lampje dat we uit de knoop halen. Stap voor stap gaan we met elkaar aan de slag. We structureren het proces, zodat voor iedereen duidelijk is waar we naartoe werken.”

In praktijk: twee kinderen weer naar school

“Ik begeleidde een gezin met twee kinderen die niet meer naar school gingen. Er was veel aan de hand in de opvoeding en waren er veel vragen over het gedrag van het kind, en hoe we het kind het beste kunnen begeleiden. Ouders waren de grip over hun kinderen kwijtgeraakt en wisten niet meer hoe zij hun gezag moesten uitvoeren. In plaats van op alle problemen tegelijk te focussen, ben ik naast de ouders gaan staan met één vraag: ‘wat vinden jullie het belangrijkste dat er nu gaat veranderen’ Hun antwoord was helder: ‘dat de kinderen weer naar school gaan’.  Dat werd ons eerste lampje.

We hebben hulpverlening ingezet die ’s ochtends ondersteuning bood bij het opstarten van de dag en het klaarmaken voor school. Met de kinderen maakte ik in afstemming met ouders en hulpverlening een soort contract, met duidelijke en concrete afspraken. Bijvoorbeeld: je bent bij alle lessen aanwezig.  De afspraken waren overzichtelijk en begrijpelijk. De inzet van de ouders en de kinderen, de ondersteuning van de hulpverlening, het contract en ik als jeugdbeschermer als stok achter de deur, zorgde ervoor dat dit doel werd behaald. De kinderen gingen weer naar school.

Bij gezinnen waarbij sprake is van een lichtverstandelijke beperking (LVB) betekent ‘ernaast staan’ soms letterlijk ‘bij de hand nemen’. Het snoer wordt niet in één beweging ontward. Soms kom je een hardnekkige knoop tegen die tijd en geduld vraagt.  Door kleine stapjes te nemen, herhalen, ontlasten, voordoen in plaats van uitleggen, iets visualiseren en een lange adem hebben kom je met het gezin vooruit.

Het eerste deel van het snoer was dus uit de knoop. Er ontstond weer rust in het gezin. Ouders ervoeren wat meer grip en vanuit die rust konden we weer verder kijken. De volgende stap was om samen met het gezin en de hulpverlening meer structuur rondom de eetmomenten aan te brengen en toe te werken naar gezondere maaltijden. We ontdekten dat het eetpatroon zorgelijk was. De kinderen aten voornamelijk friet en kipnuggets en er werd niet samen aan tafel gegeten. Opnieuw kozen we voor kleine stappen. Wat is haalbaar? Wat hebben ouders nodig?

Lampje voor lampje kwam het snoer rechter te hangen.”

Wanneer het snoer weer hangt

Het doel van jeugdbescherming is niet om blijvend betrokken te zijn. Ons werk is geslaagd wanneer het gezin zelf of met steun het snoer recht kan houden. Wanneer er overzicht is. Wanneer ouders weten aan welke knoppen ze kunnen draaien. Wanneer kinderen veilig en stabiel kunnen opgroeien.

En dan, als alle lampjes weer netjes hangen en branden in hun eigen kleur, mogen wij een stap terug doen.  Het snoer is nog steeds van het gezin, maar de knopen zijn eruit.