Als ik mijn telefoon opneem, klinkt er winderig geruis. ‘Waar ben je?’ hoor ik Peter zeggen. ‘Eh… ik ben nog thuis, we hadden toch om 3 uur afgesproken?’ antwoord ik in verwarring. Volgens Peter hadden we om half 3 afgesproken, en niet om 3 uur. Ik zeg hem toe op mijn fiets te komen en spreek af dat hij op me wacht in de hal van het stadsloket. Omdat ik er vlakbij woon, ben ik er in 10 minuten. Peter is echter nergens te bekennen.

Dat Peter een Licht Verstandelijke Beperking heeft, is niet direct aan hem te zien. Toch merk je het, voornamelijk in kleine, alledaagse dingen. Bijvoorbeeld het maken en nakomen van afspraken. Ik bel Peter, maar hij neemt niet op. Ik besluit daarom alvast een nummertje te trekken en binnen op hem te wachten. Om 3 uur belt hij me om te melden dat hij eerst nog een pasfoto moet maken, maar dat hij er over 10 minuten is. Ik zeg hem rustig aan te doen en vooral geen ongelukken te maken.

Even later zie ik hem inderdaad verschijnen. Ik zwaai naar hem en hij groet me terug. Maar in plaats van dat hij naar me toekomt, zie ik dat hij in gesprek gaat met een man die ook zit te wachten. Ik kom naar ze toe en hoor hoe ze geanimeerd met elkaar praten. Als ik hem later vraag waar hij die man van kent, zegt Peter dat ie hem in de tram is tegengekomen.

Overschatten

Juist vanwege zijn sociale vaardigheden, is in eerste oogopslag niet aan Peter te zien dat hij een licht verstandelijke beperking heeft. Ook wanneer ik thuis met hem afspreek, doet hij de voordeur met een zwierige zwaai open, kijkt hij me met een vorsende blik aan om me voorts met een elegant gebaar naar binnen te nodigen. Hij vraagt of ik wat wil drinken en gaat geroutineerd in de keuken aan de slag om koffie te zetten. Als ik geluk heb, heeft hij iets lekkers gemaakt dat net zo goed in een echt restaurant geserveerd zou kunnen worden.

Maar wie hem leert kennen, merkt ook al snel dat hij op veel gebieden nog heel jong is. Peter houdt bijvoorbeeld van lego. Een vrij doorsnee hobby, maar Peter kan er urenlang mee spelen, dagen achter elkaar. Als ik bij hem langsga, staat er altijd werk in uitvoering op tafel en hij heeft ook een kamer waar alles staat uitgestald. Lego neemt veel ruimte in en daarom bedacht zijn pleegmoeder om het zoveel mogelijk te huren. Dat kan allemaal tegenwoordig. Maar voor Peter is dat nog niet genoeg. Hij werkt zo’n 12 uur in de week als vakkenvuller bij een bekende grutter en bijna al zijn zuur verdiende geld gaat ook nog eens op aan lego. Sparen, of andere (toekomstgerichte) uitgaven, daar denkt Peter niet aan.

Ook zijn postuur en nette omgangsvormen maken het verleidelijk om hem te overschatten. Ik moet er bijvoorbeeld rekening mee houden dat hij niet zo goed kan lezen. Als ik een appje stuur, moet ik geen lange woorden of zinnen gebruiken. En in plaats van 15 uur kan ik beter 3 uur schrijven. Humor is ook zoiets. Ik hou van milde ironie in mijn taalgebruik, maar als je laaggeletterd bent, neem je woorden al snel letterlijk. Aan de andere kant, op sociaal-emotioneel niveau voelt hij dan wel weer aan dat je een grapje maakt.

Zelfverzekerd

Terug naar het stadsloket. Peter toont me zijn pasfoto’s. Ik zie een jongeman met een onverstoorbare en zelfverzekerde blik, het zou een fotomodel kunnen zijn. ‘Oh, we moeten nog je lengte bepalen!’ zeg ik, en zoek naar een meetlat die vast ergens te vinden is. Ik vind er een en we lopen ernaartoe. Peter pakt zijn ID-kaart waar zijn lengte op staat, 1,83m. We checken het nog even met de meetlat.

Dan zijn we aan de beurt. De baliemedewerker vraagt wat ze voor ons kan doen. Peter zegt dat we een paspoort komen aanvragen. Ik overhandig de voogdijpapieren en mijn ID – en Peter zijn oude paspoort. De baliemedewerker vraagt ook om de ID van Peter. Hij zegt hem niet bij zich te hebben. Ik vraag me af waarom het nodig is om een ID te laten zien als we al een paspoort hebben en stel enigszins geïrriteerd vast dat we nog een keer moeten terugkomen, als Peter zijn kaartenhouder tevoorschijn haalt. Hij zegt: ‘het zou wel fijn zijn als ik mijn ID hierin had zitten.’ Bij mij gaat er nog geen belletje rinkelen. Dan zegt hij met een grijns: ‘ik liet toch net mijn ID aan je zien bij de meetlat!’

“Hoewel we bij William Schrikker vaak werken met ouders of jongeren met een Licht Verstandelijke Beperking, is elk persoon anders. Dat vraagt van ons om onze aanpak aan te passen aan de persoon die wij voor ons hebben. In mijn werk als jeugdbeschermer is het daarom altijd, maar zéker bij iemand met een LVB, belangrijk om de tijd te nemen om de persoon te leren kennen. Waar liggen iemands sterke punten, kansen en mogelijkheden? En waar moet ik op letten in mijn begeleiding? Het is makkelijk om iemand als Peter, waar de LVB niet direct zichtbaar is, te overschatten. Aan de andere kant zien we ook vaak dat het stempel ‘LVB’ juist leidt tot vooroordelen over wat iemand allemaal niet zou kunnen. Twee manieren van benaderen, die wat mij betreft allebei ongewenst zijn.”

Het kwartje valt bij mij. Triomfantelijk haalt Peter zijn ID uit de kaarthouder en geeft hem aan de baliemedewerker. We lachen er allemaal hartelijk om. Humor op niveau.