Schulden en armoede zijn binnen de jeugdreclassering zelden een losstaand probleem. Ze raken aan veiligheid, dagbesteding, stress, motivatie en de kans op terugval. In ons eerdere artikel Reclasseren met een lege portemonnee beschreven we al hoe financiële problemen het traject van jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) beïnvloeden. Maar hoe werkt dat in de praktijk?
Jeugdreclasseerder Isa ziet het van dichtbij. In haar begeleiding merkt zij hoe schulden zich opstapelen nog vóór jongeren goed en wel volwassen zijn. Het verhaal van Nina* laat zien hoe complex dat kan zijn.
* Namen en enkele details zijn aangepast vanwege privacy.
“Voor haar voelde die schuld heel abstract. Niet als een probleem van nu, maar als iets voor later.”
Van jeugdbescherming naar jeugdreclassering
Toen Isa betrokken raakte, was Nina 17. Ze stond onder toezicht van de jeugdbescherming en er was een machtiging tot uithuisplaatsing. Vanwege bedreigingen verhuisde ze naar een andere stad, waar ze begeleid ging wonen.
Daar raakte Nina betrokken bij een geweldsincident en werd ze aangehouden. Vanaf dat moment kwam ook de jeugdreclassering in beeld. Waar de jeugdbeschermer zich richtte op contact met de ouders en de bredere beschermingscontext, lag Isa’s focus op het delictgedrag, het voorkomen van recidive en het organiseren van structuur, dagbesteding en perspectief.
Van bevroren boetes naar een onzichtbare schuld
Tijdens de begeleiding bleek dat Nina schulden had opgebouwd door herhaald reizen zonder geldig vervoersbewijs. Volgens haar ouders waren de boetes ‘bevroren’ tot haar 18e. Voor Nina voelde het daardoor niet urgent.
Toen ze 18 werd, bleek dat niet te kloppen. Door verhogingen en deurwaarderskosten startte ze haar volwassen leven met een schuld van €8.000 tot €9.000.
Volgens Isa maakt juist dat het ingewikkeld: de ernst van schulden is voor jongeren als Nina niet direct voelbaar.
“Voor haar is het heel abstract. Ze ervaart er op dit moment nog niet echt iets van, behalve dat wij allemaal zeggen dat het veel geld is.”
De gevolgen zijn er wel. Nina heeft geen stabiel inkomen, ontvangt brieven van deurwaarders en loopt het risico op beslaglegging op haar rekening. Voor veel jongeren met een LVB is dat lastig te overzien: abstracte bedragen, post van instanties, formele taal en oplopende kosten blijven lang buiten hun directe belevingswereld.
Dat vraagt om herhaling, uitleg en nabijheid.
“Ik probeer steeds opnieuw het gesprek met haar aan te gaan. Ik leg uit dat ik snap dat het ver weg voelt, maar dat het wel gevolgen heeft als ze dit blijft negeren.”
Waarom schuldhulpverlening alleen niet werkt
Isa meldde Nina aan voor schuldhulpverlening. Er volgden afspraken, maar al snel bleek dat doorverwijzen alleen niet werkt.
Jongeren moeten afspraken onthouden, post meenemen, op tijd reageren én begrijpen waarom dat nodig is. Juist daar gaat het vaak mis. Daarom blijft Isa dichtbij.
“Ik haal haar op voor afspraken met de schuldhulpverlening, zodat ik zeker weet dat ze komt. Ik neem haar brieven mee en we doen het echt samen.”
Deze praktische ondersteuning maakt het verschil tussen afhaken en volhouden. Tegelijk laat het zien hoe groot de kloof is tussen het systeem en wat jongeren aankunnen.
Een gevoel van onrecht
Voor Isa voelt deze situatie wrang. Nina is niet voor niets uit huis geplaatst. Juist bij jongeren in instabiele situaties zou je verwachten dat financiële risico’s eerder in beeld zijn.
Toch liep de schuld ongemerkt op. Formeel ligt die verantwoordelijkheid niet bij de gecertificeerde instelling (GI) of jeugdreclassering, want ouders blijven financieel verantwoordelijk, ook bij uithuisplaatsing. Maar in de praktijk voelt dit wrang.
“Dan denk ik: dit meisje begint met duizenden euro’s achterstand aan haar volwassen leven. Dat is niet zomaar in te halen.”
Wat werkt nu en waar loopt het vast?
Schulden horen niet tot de kerntaak van de jeugdreclassering, maar zijn in de praktijk onvermijdelijk. Zonder financiële rust zijn andere doelen moeilijk haalbaar.
Isa ondersteunt daarom bij schuldhulpverlening, helpt bij het aanvragen van een uitkering en heeft de woongroep gevraagd samen te werken met Nina aan budgettering. De inzet is helder: zorgen voor inkomen, werken aan schuldenafbouw en jongeren helpen om stap voor stap meer inzicht te krijgen in hoe zij met geld omgaan.
Tegelijk loopt dit in de praktijk tegen grenzen aan. Hulp is er vaak wel, maar niet altijd toegankelijk genoeg. Jongeren moeten zelf afspraken maken, op tijd verschijnen en begrijpen wat er wordt gevraagd en precies dat is waar het misgaat.
Wat is er nodig om dit te doorbreken
Volgens Isa vraagt dit om een andere manier van werken én organiseren. In de eerste plaats om hulp die dichterbij komt.
“Wat zou helpen, is iemand die een half jaar echt naast een jongere staat. Iemand die meegaat naar afspraken of bij de jongere thuiskomt, helpt met brieven, dingen samen regelt en het daarna rustig afbouwt en het overdraagt aan het netwerk.”
Daarnaast pleit zij voor meer realisme in hoe we met schulden omgaan. In de praktijk ziet zij jongeren zonder inkomen, ouders die financieel niet kunnen inspringen/bijdragen, terwijl schulden blijven oplopen.
“Als een jongere aantoonbaar geen inkomen heeft, hoe kan hij/zij dan aflossen? Het zou helpen als schulden tijdelijk gepauzeerd kunnen worden, totdat hij/zij een baan heeft en er wel inkomen is. Zo kunnen schulden in de tussentijd niet verder oplopen. Op deze manier geef je de jongere meer ruimte om de eerste basisstappen te zetten: inkomen regelen, stabiliteit opbouwen en vervolgens werken aan aflossing.”
Tot slot ligt er volgens haar een duidelijke opgave aan de voorkant: een betere voorbereiding op de overgang naar volwassenheid. Jongeren moeten weten wat er verandert zodra zij 18 worden en welke financiële verplichtingen daarbij horen. Denk aan zorgverzekering, openbaar vervoer, boetes, DigiD, toeslagen en inkomen. Op deze onderdelen ontstaan vaak de eerste schulden.
Maar voorlichting alleen is niet genoeg. Veel jongeren zijn impulsief, leven in het moment en hebben moeite met informatie vast te houden of consequent toe te passen.
“Je kunt het wel uitleggen, maar dat betekent niet automatisch dat het blijft hangen of dat jongeren er ook naar gaan handelen.”
Preventie vraagt daarom niet alleen om kennis, maar ook om passende ondersteuning en randvoorwaarden.
Meer dan een financieel probleem
Het verhaal van Nina laat zien wat we al weten: schulden en armoede zijn binnen de jeugdreclassering geen losstaand probleem, maar een factor die diep ingrijpt op het dagelijks functioneren van jongeren.
Wie geen overzicht heeft, geen inkomen, weinig steun ervaart en voortdurend leeft met dreiging van oplopende kosten of schuldeisers, heeft minder ruimte om te werken aan gedragsverandering, herstel en toekomstperspectief.
Daarom vraagt effectieve jeugdreclassering om meer dan toezicht alleen. Het vraagt ook om oog voor bestaanszekerheid, praktische ondersteuning en samenwerking met partners die jongeren helpen om weer grip te krijgen.
Voor sommige jongeren begint gedragsverandering niet bij plannen voor de toekomst, maar bij iets veel kleiner:
een geopende brief van de deurwaarder, een eerste afspraak en iemand die niet loslaat


