Als kind lag ik eens in het ziekenhuis en als troost kreeg ik een puzzel van wel duizend stukjes. Op de puzzel stond een driemaster op volle zee afgebeeld. De helft van stukjes bestond uit grijsbruin zeewater, een kwart uit witgrijze lucht en van wat restte herinner ik me vooral de beige kleur van de zeilen. Ik was al lang uit het ziekenhuis ontslagen toen ik maanden later het laatste puzzelstukje legde, maar dit gevoel van voldaanheid kan ik nog steeds terughalen.

Fast forward naar heel wat jaren later. Inmiddels blakend van gezondheid, en werkzaam als jeugdbeschermer bij William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. In die hoedanigheid raakte ik een aantal jaren terug betrokken bij Harley. Ik noem hem zo, want zijn vader was een motorfanaat. Harley was 7 jaar toen hij uit huis werd geplaatst nadat zijn vader had geroepen dat hij hem uit het raam zou gooien als hij zich niet ging gedragen. Natuurlijk was er veel meer aan de hand behalve deze uit machteloze woede geroepen uitspraak, maar dat Harley in bescherming moest worden genomen was helder.

Beginnen met de rand

Gelijk aan het leggen van de rand bij een puzzel, zochten we ook voor Harley een kader waarbinnen we hem konden opvangen. Moest het een pleeggezin zijn of een gezinshuis? Een leefgroep of een behandelgroep? Vanwege zijn problematische gedrag gingen we in eerste instantie voor die laatste optie. Al vrij snel bleek dit niet de beste keuze voor Harley: hij ging voortdurend door het lint en bedreigde begeleiders met messen uit de besteklade.

We konden opnieuw beginnen. Nergens was er plek. Of beter gezegd, men durfde het niet aan met Harley. We stonden op het punt om een gesloten plaatsing aan te vragen toen we samen met de gemeente nog een laatste poging deden om een passende plek te vinden. En dat lukte. Een instelling in Nunspeet wilde wel meedenken. Dat ging zelfs zo ver dat de directeur zijn huis omtoverde tot gezinshuis, zodat Harley opgevangen kon worden. Omdat het een buitenregionale plaatsing betrof, kreeg een van de ketenpartners in de regio een regisserende rol voor de hulpverlening.

De eerste weken, misschien wel maanden, heeft Harley gebivakkeerd op zijn kamer. Verscholen onder zijn bed of onder de dekens, achter of in de kast. Daarna durfde hij naar buiten te komen en zich steeds meer te laten zien. Ondanks dat zijn biologische ouders pedagogisch onmachtig waren, hebben we vanaf het begin geprobeerd ze te betrekken bij de zorg voor Harley. Om meerdere redenen waren ouders aanvankelijk niet in staat om naar Nunspeet te komen. Moeder reed bijvoorbeeld nog in een Canta – een 45 km per uur wagentje – en had ook regelmatig last van paniekaanvallen als gevolg van een ongeluk dat ze had gehad. Ze werkte op dat moment niet en had een Wajong-uitkering. Maar toen ouders een auto van vrienden wisten te regelen, konden ze regelmatig op bezoek komen en begon er iets van structuur in het leven van Harley te ontstaan. Het begin van herstel was ingezet.

‘Ciske de rat!’ zei zijn vader altijd over hem, waarmee hij doelde op zijn ondeugende gedrag. En misschien ook wel op het ik-voel-me-zo-verdomd-alleen-gevoel.

Perspectief

Als zijn ouders op bezoek waren, klom Harley altijd op schoot bij zijn moeder en had zijn vader het hoogste woord. Het viel me op hoe liefdevol zijn ouders met hem omgingen en over hem spraken. ‘Ciske de rat!’ zei zijn vader altijd over hem, waarmee hij doelde op zijn ondeugende gedrag. En misschien ook wel op het ik-voel-me-zo-verdomd-alleen-gevoel.

Maar net als je denkt dat je het grotere plaatje begint te zien, blijken er toch een aantal puzzelstukjes verkeerd te liggen. Ouders hadden namelijk inmiddels een geheim: ze waren uit elkaar. Vader scheelde een jaar of dertig met moeder en zij was zich aan het ontworstelen aan zijn bepalende invloed. In een uiterste poging van vader om de controle te behouden, mocht Harley niet weten dat zijn ouders niet meer bij elkaar waren. Uiteindelijk heeft moeder het heft in handen genomen en het aan Harley verteld. Voor vader was dit een hard gelag, zo erg zelfs dat hij geen contact meer wilde met Harley.

Binnen de hulpverlening werd hierop de vraag gesteld wat het perspectief van Harley was. Sommige betrokkenen vonden dat hij niet terug naar huis kon en dat daarom het gezag van moeder moest worden beëindigd. Anderen vonden het nog te vroeg om het perspectief te bepalen, want moeder was trouw in haar afspraken en nam steeds meer het voortouw in de gesprekken. Er ontstond een verschil in visie tussen hulpverleners en dit liep zo hoog op dat zelfs de samenwerking ter discussie werd gesteld. Uiteindelijk werd de oplossing gevonden in het doen van een perspectiefonderzoek.

Voortouw

Harley en zijn vader hadden elkaar al een jaar niet gezien of gesproken toen het ontijdige nieuws kwam dat vader aan een hartstilstand was overleden. Harley was heel verdrietig. Zijn moeder was zich ondertussen tot een steeds sterkere opvoeder aan het ontwikkelen. Ik vroeg haar wat Harley nodig had. Ze stelde voor dat hij twee weken bij haar zou verblijven om afscheid te kunnen nemen van zijn vader. Ik vertrouwde erop dat dit het juiste was. Vanaf dat moment nam moeder steeds meer het voortouw. Tijdens overleggen over Harley vroegen we haar steeds meer om advies in plaats van dat we haar instrueerden wat te doen.

Harley woonde inmiddels in een ander gezinshuis van de instelling en ging naar de middelbare school. Het lukte hem niet om tot leren te komen en vanuit de hulpverlening lukte het niet om een passende school te vinden. Ondertussen ging hij steeds vaker naar huis: om het weekend en de helft van de vakanties. Als we weer eens bij de rechter waren om de ondertoezichtstelling ten uithuisplaatsing te verlengen, kon ik telkens zeggen hoe goed het met Harley ging en welke rol moeder daarin speelde. Het viel op dat hij thuis als een vis in het water was en zich makkelijk voegde naar het gezag van zijn moeder en haar nieuwe partner. En dat hij in de instelling tegelijkertijd steeds vaker betrokken raakte bij ruzietjes en conflicten.

“We hakten de knoop door. Harley moest terug naar huis.”

Waar wachten we op?

Opnieuw werd echter geadviseerd dat Harley nog niet naar huis kon, maar dat er wel naar moest worden gestreefd hem vaker thuis te laten zijn. Dit tegenstrijdige advies leidde tot teleurstelling bij Harley en zijn moeder. Toch zette zij door. Op dat moment haalde moeder haar rijbewijs en kon ze zelf Harley ophalen voor de weekenden en vakanties. In dat jaar werd steeds duidelijker hoe sterk moeder zich had ontwikkeld als opvoeder en hoe goed Harley gedijde in zijn huiselijke omgeving. We hakten de knoop door. Harley moest terug naar huis. We legden het aan de rechter voor en die zei: waar wachten we nog op?

Na zeven jaar uithuisplaatsing ging Harley terug naar huis. Inmiddels zijn we weer een jaar verder en gaat het goed met Harley en zijn moeder, die inmiddels ook aan het werk is. Harley gaat naar school en is vast van plan om automonteur te worden. De puzzelstukjes zijn in elkaar gevallen. Het heeft even geduurd om de grijsbruine zee en de witgrijze lucht bij elkaar te puzzelen, maar wat wederom overblijft is een gevoel van voldaanheid.