Wijkteams, zoals de Ouder- en Kindteams (OKT) in Amsterdam, bieden jeugdhulp en jeugdgezondheidszorg binnen het vrijwillige kader. Daarbinnen krijgen zij ook te maken met gezinnen waarbij sprake is van een licht verstandelijke beperking (LVB). Zij kunnen deze gezinnen (nog) beter helpen door al eerder de samenwerking met jeugdbeschermers in het gedwongen kader op te zoeken en gebruik te maken van hun expertise op jeugdbescherming aan mensen waarbij sprake is van een LVB. Hierdoor kan voorkomen worden dat problemen verergeren en is een juridische maatregel minder vaak nodig.
Eric, jeugdbeschermer in de wijk bij William Schrikker, Nathalie, werkbegeleider bij OKT Amsterdam en Yvonne, ouder- en kindadviseur bij OKT Amsterdam, vertellen over de kracht van deze samenwerking en wat dit oplevert.
Mensen met ernstige problematiek waarbij de jeugdhulpverlening onvoldoende werkt, komen vaak in het juridisch kader terecht. Om dit te voorkomen, wilde de gemeente Amsterdam een paar jaar geleden een hechtere samenwerking tussen jeugdbescherming en OKT’s. Bovendien kreeg het OKT vaker de vraag om met gezinnen met complexe problematiek aan de slag te gaan, maar miste het team de hiervoor benodigde expertise. Door samen te werken met jeugdbescherming kon dit worden ingevuld. Inmiddels loopt de samenwerking van het OKT met drie jeugdbeschermers en een jeugdreclasseerder van William Schrikker al een aantal jaar. De waarde hiervan is voor beide partijen duidelijk zichtbaar.
Doordat we Eric flexibel kunnen inzetten, kunnen we een ondertoezichtstelling beter voorkomen. Het lijkt duurder, maar levert in de praktijk sneller verbetering op voor de gezinnen.
Jeugdbeschermer ondersteunt het OKT waar nodig en gewenst
In eerste instantie ondersteunt het OKT een gezin zelf. “Bij gezinnen waar de situatie onveilig is, doe ik dat met een collega. Samen met het gezin kijken we welke preventieve maatregelen we kunnen inzetten. Soms moeten we andere organisaties met LVB-expertise erbij halen. Als dat niet voldoende is, schakel ik Eric in. Vanuit zijn LVB-expertise kijkt en denkt hij mee om te bepalen wat we kunnen doen, zodat de zorg in het vrijwillige kader kan blijven. Hij heeft specifieke kennis, waardoor nieuwe invalshoeken ontstaan. Dat is heel helpend”, vertelt Yvonne. Eric: “Mijn ondersteuning is op maat. De ene OKT’er vindt het bijvoorbeeld lastiger om met veiligheidsissues om te gaan dan de andere. Zo bel ik de ene keer over een anonieme casus om mee te denken en ben ik de andere keer bij een uitvoerdersoverleg. En soms ga ik mee met een huisbezoek. Met Yvonne werk ik bijvoorbeeld aan een paar langlopende zaken, maar met andere OKT’ers loop ik maar één of twee keer mee. Uiteindelijk houdt het OKT de leiding en ben ik er om hen te helpen en vanuit mijn expertise het gezin in een specifieke zaak vooruit te helpen.”
Door samen casussen te bespreken, kunnen zwaardere maatregelen soms worden voorkomen. Eric: “Bij een gezin was de situatie zo zorgelijk dat werd gedacht aan een maatregel in het juridische kader. Yvonne en ik hebben alles besproken en besloten toen om het toch nog even aan te kijken. Als er verbetering zou komen, zou een ondertoezichtstelling kunnen worden voorkomen. Met ambulante ondersteuning van Cordaan verbeterde de situatie en zagen we dat we het los konden laten. Dat is een voorbeeld van hoe we graag zien dat een zaak verloopt.”
De aanwezigheid van Eric heeft ook invloed op de gezinnen, waardoor ze soms een andere houding gaan aannemen. “Je merkt dat het voor veel gezinnen een signaal is dat hun problematiek heel serieus wordt genomen. Daardoor realiseren ze zich dat het in hun voordeel is om mee te bewegen en de geboden hulp te accepteren, omdat ze anders misschien in een traject komen waarbij ze door de aanwezigheid van wettelijke kaders minder invloed hebben op de invulling.
Samenwerken verbreedt de blik en helpt accepteren als er niet meer in zit
Vaak brengt Eric extra kennis in, maar als het OKT al veel gedaan heeft, pakt hij een andere rol. “Dan gaat het om het accepteren van de situatie. Soms loop je vast in een gezin. Als blijkt dat het OKT hun stinkende best heeft gedaan, maar er niet meer in zit, dan moeten we daar genoegen mee nemen. Het kan voor een OKT’er helpend zijn om dat zo te bespreken”, vertelt Eric. “Het helpt inderdaad om het dan even samen te verdragen. Het is namelijk soms best pittig als je in je eentje moet verdragen dat het telkens net aan voldoende is. Door het te bespreken met iemand die de expertise heeft, kun je er beter mee omgaan”, vult Nathalie aan.
Niet voor niets ziet Nathalie de samenwerking als heel waardevol. “Het is heel belangrijk dat we van deze expertise gebruik kunnen blijven maken. Hierdoor kijken we vanuit verschillende perspectieven naar wat er in een gezin nog haalbaar is, wat goed genoeg is, waar nog kansen liggen of waar het echt niet anders kan. Dat helpt ons om met een bredere blik te kijken. Doordat we Eric flexibel kunnen inzetten, kunnen we een ondertoezichtstelling beter voorkomen. Het lijkt duurder, maar levert in de praktijk sneller verbetering op voor de gezinnen.” Ook Yvonne is er blij mee: “Het is heel helpend voor medewerkers zoals ik, want soms loop je echt vast. Dan helpt het als iemand met specifieke expertise met jou meedenkt en meedoet om een ander perspectief te krijgen. En soms is het ook nodig om te horen dat het goed genoeg is.”
Eric ziet dat de samenwerking binnen Amsterdam goed loopt en zinvol is, en denkt daarom dat andere gemeenten ook de vruchten van zo’n constructie zouden kunnen plukken. “Ik denk dat het voor de gezinnen erg goed is. Zelf vind ik het jeugdzorglandschap al heel ingewikkeld om goed te begrijpen, laat staan voor gezinnen. En al helemaal voor de gezinnen waarbij sprake is van een verstandelijke beperking. Hoe eenvoudiger en toegankelijker de zorg is, hoe beter. Het is dus belangrijk dat mensen één gezicht blijven zien. Hoe sneller de jeugdbeschermer wordt geconsulteerd, hoe beter we verdere problemen kunnen voorkomen. Zo kunnengezinnen vaker in het vrijwillig kader blijven en besparen we kostbare en ingrijpende zorg.”

